Het kabinet wil belasting in box 3, de vermogensrendementsheffing, gaan heffen op basis van het werkelijke rendement, zo staat in het coalitieakkoord. Aanvankelijk was het de bedoeling om deze nieuwe wijze van berekenen in 2025 te laten ingaan. Dit schuift een jaar op, besloot het kabinet onlangs.

 

Werkelijk in plaats van fictief rendement

 

Bij deze nieuwe regeling is het uitgangspunt dat je inkomsten verdient met je vermogen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door rente op spaargeld, dividend en huur (na aftrek van de kosten) of rendement op beleggingen en waardestijgingen van onroerend goed. De vermogensaanwasbelasting betaal je met deze nieuwe regeling over de werkelijke inkomsten uit je vermogen. Op dit moment is de hoogte van de belasting gekoppeld aan een vast percentage, ook wel het fictief rendement genoemd.

Het plan was om het nieuwe box 3-stelsel met ingang van 2025 in te voeren. Uit onderzoek dat de overheid liet uitvoeren, blijkt dat dit onhaalbaar is. Dat komt onder andere door de uitspraak van de Hoge Raad over box 3 van december 2021 en de nieuwe wetgeving die daarmee samenhangt, zowel voor het rechtsherstel als de overbruggingswetgeving. Daarom gaat de nieuwe regeling nu per 2026 in.

 

Overbruggingswetgeving

 

Al eerder maakte het kabinet bekend dat het box 3-stelsel in 2023 en 2024 identiek zal zijn aan de manier waarop de Belastingdienst de jaren tot en met 2022 herberekent naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad. Ook voor 2025 gaat deze wijze van berekening nu gelden.

Concreet betekent dit dat de berekening tijdens deze overbrugging tot de nieuwe regeling, plaatsvindt op basis van de forfaitaire spaarvariant. Het uitgangspunt is de verdeling van spaargeld, beleggingen en schulden waaraan per categorie een forfaitair rendement is gekoppeld. Dit forfaitair rendement sluit beter aan bij de werkelijkheid dan het fictieve rendement, is de gedachte. Net zoals bij het stelsel dat op het werkelijke rendement is gebaseerd, betalen spaarders onder de overbruggingsregeling bij de huidige lage rentestanden daardoor nagenoeg geen belasting in box 3.